Thunderstreak

Republic F-84 F Thunderstreak

De oorlog in Korea heeft de NATO geleerd dat de Thunderjets als jachtbommenwerper geen partij meer zijn voor de nieuwste vliegtuigen van het Oostblok. Daarom wordt uitgekeken naar een krachtiger vliegtuig. Dit vliegtuig moet een grotere lading kunnen vervoeren en een snelheid tussen 800 en 900 km/u kunnen bereiken. Het wordt de
F-84F Thunderstreak. Deze vliegtuigen worden aan de NATO landen geleverd onder dezelfde M.D.A.P overeenkomst als de Thunderjets voordien. De eerste twee 'Streaks' komen aan in Florennes op 17 augustus 1955 en worden ingedeeld bij het 3de Smaldeel. Dit is het eerste vliegtuig met pijlvleugels en het krachtigste toestel in onze luchtmacht tot op dat moment. Het is ook het eerste vliegtuig dat in staat is de geluidsmuur te doorbreken, welliswaar in duikvlucht. De 10de Wing krijgt haar 'Streaks' vanaf juni 1956.
De Belgische Luchtmacht ontvangt 197 Thunderstreaks (codes FU-1 tot FU-197)

Een F-84F van het 2de Smaldeel, 2de Wing, Florennes



Technische Fiche

Republic F-84F Thunderstreak

        

Spanwijdte 10,24 m
Lengte 13,23 m
Hoogte 4,37 m
Motor Wright J-65-W-3 met 3275 kg stuwkracht
Maximum snelheid 1.220 Km/u - 659 Kts
Plafond 16.250 m - 53.314 ft
Vliegbereik 1.600 km - 864 Nm (met 2 aux. tanks)
Gewicht 12.679 kg - 27.952 Lbs
Bewapening Vier Browning .50 mitrailleurs in de neus, 12 ongeleide lucht- grond- raketten, bommen en raketten tot een gewicht van 4.020kg.

 



Kleurenschema's

 

De F-84F's zijn volledig aluminium met zwarte Amerikaanse registratienummers bij levering. Sommige hebben een rode staart, rode achterkant van de romp en vleugeluiteinden. De vliegtuigen worden voorzien van Belgische cocardes, registratienummers en smaldeelcodes. Verder blijven de toestellen aluminium met een olijfgroen anti-glare vlak voor de cockpit. De meesten vliegtuigen worden voorzien van de smaldeelkleuren op de neus, rond de inlaat, en soms op vleugeluiteinden en richtingsroer.

 


F-84F Thunderstreak, 3de Smaldeel, 2de Wing, Florennes 1955

Vanaf 1957 neemt NATO een camouflage schema aan en worden de 'Streaks' herspoten in een grijs/groene camouflagekleur met een PRU blauwe onderzijde. De Smaldeelcodes blijven behouden, maar worden nu in het wit aangebracht. De smaldeelkleuren op de neus, het richtingsroer en de vleugeluiteinden blijven behouden.


F-84F Thunderstreak, 31ste Smaldeel, 10de Wing,  Kleine Brogel 1957

Voor 1962 behoorden de vliegtuigen toe aan een bepaald smaldeel. Elk smaldeel had zijn eigen technici en steunpersoneel. Hierdoor konden ze als een vaste eenheid naar eender welk vliegveld uitwijken in geval van oorlog om dan volledig autonoom te opereren. Dat dit een zeer duur systeem is lijkt logisch. Vanaf 1962 gaat men over naar een gecentraliseerde maintenance. Dit houdt in dat de vliegtuigen niet meer tot een bepaald smaldeel behoren, maar vanuit deze gecentraliseerde eenheid toegewezen worden aan bepaalde vluchten. Hierdoor verdwijnen de witte smaldeelcodes en worden vervangen door een grote versie van het registratienummer. In de 10de Wing worden het richtingsroer en de vleugeltippen voorzien van de kleuren van de drie smaldelen. Na verloop van tijd duikt hier en daar toch weer een of ander 'illegaal' smaldeelkenteken op de vliegtuigen op.


F-84F Thunderstreak, 10de Wing, met kenteken van het 31ste Smaldeel
Kleine Brogel 1962

Als in april 1964 de eerste F-104G Starfighters in Kleine Brogel aankomen worden alle overblijvende Thunderstreaks in Florennes samengebracht. 
De laatste 'Streak' verlaat Kleine-Brogel op 6 april 1966. Als de Starfighters na een paar jaar herspoten worden in de nieuwe zogenaamde
'Vietnam camouflage', worden de Thunderstreaks ook in dit kleedje gezet. De grote witte registraties verdwijnen en worden vervangen door kleinere. De 2de Wing blijft nog operationeel op Thunderstreak tot 1971.


F-84F Thunderstreak, 1ste Smaldeel, 2de Wing, Florennes1970