Voor de eerste keer over Mach 1

 

Vanaf maart 1956 kwam de Republic F-84F Thunderstreak in dienst bij de 10de Wing. Eerst bij het 27ste Smaldeel, dan bij het 23ste en het 31ste. 
De Thunderstreak was het eerste toestel van de 10de Wing dat sneller dan het geluid kon vliegen, zij het dan wel in een steile duikvlucht.

 

 

Een groot gedeelte van de Thunderstreaks werden aan Belgie via de lucht geleverd. 
Tijdens deze overvluchten droegen de toestellen de kentekens van de US Air Force
en waren staart, rompachterstuk en vleugeluiteinden rood geschilderd om opsporing in geval van
nood te vergemakkelijken. Dit was bijvoorbeeld het geval met de 53-6553, die als
FU-114 bij de Belgische Luchtmacht zou dienen. Het toestel staat hier voor een 
hangaar op de Sierra-lijn, kort na zijn aankomst op 18 mei 1956.

 

 

In het begin waren de F-84F Thunderstreaks korte tijd volledig metaalkleurig en droegen 
ze enkel een grote, zwarte smaldeelcode op de neus, zoals op deze opname uit 1956. 
RA voor het 27ste, Z6 voor het 23ste en op deze opname 8S voor het 31ste Tiger Smaldeel.
Van links naar rechts de vliegers Jean Schoefs, Jan Mannaerts en Swa Pauwels.
Op sommige metaalkleurige vliegtuigen werden naast de codes ook de smaldeelkleuren
aangebracht op het richtingsroer, de vleugeluiteinden en de luchtinlaat. Deze kleuren waren 
blauw/wit voor het 27ste, rood/wit voor het 23ste en geel/zwart voor het 31ste Smaldeel

 

De Thunderstreaks bleven echter niet lang metaalkleurig. Eind 1956 nam NATO een
camouflageschema aan en werden de eerste gecamoufleerde toestellen waargenomen.
De grote zwarte smaldeelcodes op de neus werden vervangen door witte.
De smaldeelkleuren op de neus, vleugel en staart bleven eveneens van toepassing. 
Deze opname toont van links naar rechts een vliegtuig van het 27ste, 31ste en 23ste Smaldeel, 
telkens in volledige smaldeelkleuren. Enkel het voorste toestel draagt de nieuwe versie van het
kenteken van de 10de Wing op de romp: de rode leeuw op een lichtblauw schild.

Vanaf medio 1962 werden de smaldeelcodes op de neus vervangen door een herhaling van
het serienummer van het vliegtuig in het groot, soms geflankeerd door een smaldeelkenteken.
Tijdens belangrijke oefeningen werden vaak bijkomende markings op de vliegtuigen aangebracht.
Adjt Vl Gorré, die aan de Tactical Weapons Meet in Hopsten, BRD deelnam van 13 tot 28 juni 1963, 
personaliseerde zijn toestel, de FU-143, voor de gelegenheid door zijn naam juist boven het Tiger-embleem 
op de neus te schilderen. In de cockpit bevindt zich Kapt Vl Brignola.

 

Vanaf het midden van 1962, toen de smaldeelcodes verdwenen, behoorden de vliegtuigen niet meer tot een specifiek smaldeel. 
De vliegtuigen van de 10de Wing droegen vanaf dan de kleuren van de drie Smaldelen samen op het richtingsroer
en de vleugeltips, zoals deze FU-76. Op te merken valt het 'illegale' smadeelkenteken van het 23ste Devils Smaldeel op de neus.

 

Het einde van het 27ste Smaldeel

 

Al fungeerde het 27ste Black Panthers Smaldeel al van in de tijd van de Thunderjet min of meer
als conversie-eenheid van de 10de Wing, werd deze taak pas echt belangrijk in de periode 
van de Thunderstreak.

Op 17 oktober 1960 werd het 27ste Smaldeel officieel de Operational Training Unit van de 
Wing en was zijn voornaamste taak de operationele opleiding van nieuwe piloten.
De OTU zou tot haar ontbinding op 4 juni 1962 133 piloten vormen.
Dit betekende meteen ook het definitieve einde van het bestaan van het 27ste Smaldeel.
Hier een foto van Kapt Vl R. Van Reempst, piloot-instructeur bij de OTU.

 

Het 27ste Black Panthers Smaldeel bij de oprichting van de Operational Training Unit (OTU) op 17 oktober 1960
v.l.n.r.:
Staande:
Derudder, Strubbe, Osaer, C.O.Van Sieleghem, Vandevelde, Van Casteren, Ruelens
Gehurkt:
Berten, Boerewaert, Van Reempst, Boone, Vanderkrieken, Dauchot, Ghys, Coppens